Definities en terminologie

Uit Handreiking gemeenschappelijk wonen
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Definities en terminologie voor verschillende vormen van gemeenschappelijk wonen

In 2012 zijn een aantal vertegenwoordigers van de gemeenschappelijk wonen beweging in Nederland (LVCW) en Vlaanderen (Samenhuizen e.a.) bij elkaar geweest om tot een gezamenlijke terminologie voor het Nederlandse taalgebied te komen. Daarbij is met het eens geworden over de termen 'gemeenschappelijk wonen'/'woongemeenschap', 'woongroep', 'cohousing'/'centraal wonen'

Bestaande definities

Eerst is gekeken naar de bestaande definities.

- Wat is 'gemeenschappelijk wonen' (LVCW, Nederland):

In een woongemeenschap hebben de bewoners vrijwillig gekozen om in onderlinge betrokkenheid te wonen, op basis van gelijkheid, zelfbeheer, respect voor de gewenste mate van privacy. Meerdere individuen en/of huishoudens beschikken over gemeenschappelijke ruimtes en voorzieningen, en beheren deze gezamenlijk.

- Wat is 'gemeenschappelijk wonen' (Samenhuizen, België) :

Een woongemeenschap omvat personen, afkomstig uit verschillende gezinnen, die vrijwillig in mindere of meerdere mate van betrokkenheid ruimtes delen en samen wonen in eigen beheer, met de bedoeling om minstens een sociale meerwaarde te creëren.

- Wat is Habitat Groupé [=centraal wonen NL] (Habitat & Participation):

L’habitat groupé est défini suivant les dimensions suivantes:
  • urbanistique : habitats regroupés sur un territoire (mitoyenneté - densité).
  • spatiale : articulation entre des espaces individuels et des espaces collectifs.
  • volontariste : on se choisit, on se coopte, on propose des activités à faire ensemble.
  • d’auto-gestion : prise en charge qui peut dépasser la gestion du logement, tâches communes (Régl.Ordre.Int.).
  • participative : projet commun, défini et à redéfinir -> ciment du lien social, solidarité entre résidents (Charte).

Wat is Cohousing (Cohousing Platform, België):

Cohousing is een woonconcept dat een antwoord wil op de hedendaagse vervreemding.Het architecturaal ontwerp beoogt sociale interactie en hogere betrokkenheid tussen buren en het buurtgevoel van een traditionele dorpskern te restaureren. Naast hun privéhuis en -tuin delen bewoners gemeenschappelijke buiten- en binnenruimtes.

Wat is Cohousing (Samenhuizen):

Cohousing is een vorm van gemeenschappelijk wonen, opgericht en beheerd door de bewoners zelf.

Deze hebben expliciet voor deze woonvorm gekozen omwille van het sociaal contact en het gevoel van samenhorigheid. Naast de volledig autonome privé-woonsten zijn er uitgebreide gedeelde binnenruimtes en buitenruimtes. Het ruimtelijk ontwerp bevordert zoveel mogelijk een gemeenschapsgevoel en waarborgt tegelijk ook voldoende privacy. De besluitvorming gebeurt op democratische wijze, bij voorkeur via consensus. Ieder huishouden is financieel onafhankelijk, er zijn ook geen opgelegde gezamenlijke activiteiten.

Andere elementen die doorgaans aanwezig zijn: projecten van gemiddeld 20 à 30 units (kan 8 tot 35) ; streven naar diversiteit (ook binnen een vernauwde doelgroepbij bvb. senior cohousing) ; auto-vrije zone ; vrijwillig gedeelde maaltijden (1 à 7 maal per week).

Definitie van Pocket Neighborhood (Ross Chapin) :

Pocket neighborhoods are clustered groups of neighboring houses or apartments gathered around some sort of shared open space - a garden courtyard, a pedestrian street, a series of joined backyards, or a reclaimed alley - all of which have a clear sense of territory and shared stewardship. They can be in urban, suburban or rural areas.


Nederlands-Vlaamse definitie 2012

Het Nederlands-Vlaamse overleg komt tot de volgende definitie voor 'gemeenschappelijkwonen':

Gemeenschappelijk wonen is een woonvorm waarbij meerdere bewoners een gedeeld gebruik maken van binnen en/of buitenruimte met een woonfunctie (dus meer dan een functionele ontsluiting of het delen van bijvoorbeeld een berging).

Zij kiezen vrijwillig voor deze woonvorm, in de eerste plaats omwille van de onderlinge betrokkenheid (intentionele gemeenschap).

Deze woonprojecten worden democratisch beheerd (gelijke zeggenschap) door de bewoners zelf, minstens voor wat betreft het dagelijks gebruik. Zij kiezen hun medebewoners zelf.


LVCW in 2012 ten behoeve van het terminologie overleg met Nederlandse en Vlaamse organisaties

Woongroep

Iedere bewoner/huishouden heeft een eigen ruimte, maar de meeste voorzieningen worden gedeeld: zoals keuken, gemeenschappelijke woonkamer, douche en wc.
Overeenkomende duitse term: Wohngruppe

Centraal wonen

Ieder huishouden heeft doorgaans een volledige woning (woonkamer, slaapkamer of slaapkamers, kookgelegenheid, douche of bad en wc). Verdere voorzieningen worden gedeeld, zoals wasmachines, schuur, gemeenschappelijke huiskamer(s) en keuken(s), hobby-ruimtes, tuin(en).
Er zijn diverse gemeenschappelijke activiteiten, regelmatig en onregelmatig. Soms met de meeste bewoners, soms in kleiner verband. Zoals: gezamenlijk eten, gezamenlijk tuin- en ander onderhoud, bar-avond, koffie-middagen of ochtenden, feesten, activiteiten voor kinderen, uitjes.
Soms is een centraal wonen gemeenschap opgedeeld in clusters van woningen. Een deel van de gemeenschappelijke voorzieningen en activiteiten zijn binnen de cluster, anderen in de hele gemeenschap.
Overeenkomende internationale (Engelse) term: cohousing (en ook colaborative housing?)
Overeenkomende Deense term: bofelleskap

Woongemeenschap van ouderen

Vergelijkbaar met centraal wonen, maar dan voor alleen bewoners vanaf 50 of 55 jaar. Overeenkomende internationale term: senior cohousing

Commune

Vergelijkbaar met een woongroep, behalve dat er vrijwel geen eigen bezit is, en inkomen deels of helemaal wordt gedeeld.
Zover bekend zijn er al tientallen jaren geen communes meer in Nederland.

Studentenhuis

Een studentenwoning wordt als woongemeenschap beschouwd als de groep zichzelf als zodanig beschouwd en als de bewoners elkaar kiezen.

Ecodorp of ecogemeenschap

Een woongroep of centraal wonen achtig woonproject met een sterke nadruk op ecologisch bouwen en wonen.
Het uiteindelijk doel van de Vereniging Ecodorp is om in Nederland een heel ecologisch dorp te realiseren.
Tot nu toe zijn er alleen kleinere ecologische woongemeenschappen gerealiseerd. Qua opbouw en activiteiten vaker overeenkomend met centraal wonen dan met woongroepen. Dat wil zeggen dat een huishouden de meeste voorzieningen in de eigen woning heeft. Overeenkomende internationale term: eco village

Woonwerkgemeenschap

Een woongemeenschap waar zowel gewoond als gewerkt wordt. Een woongemeenschap wordt een woonwerkgemeenschap genoemd als een belangrijk deel van de bewoners in- en/of voor de gemeenschap werkt.
N.B. Een woongemeenschap waar veel bewoners thuiswerkers zijn, maar waar de geen aparte bedrijfsruimtes heeft, wordt doorgaans niet als een woonwerkgemeenschap beschouwd.

Gestippeld wonen

De woningen zijn niet aaneengesloten gebouwd, maar bevinden zich tussen woningen die niet deelnemen aan de woongemeenschap. Er is een gemeenschappelijk ruimte: veelal een woning die wordt vrijgehouden voor de woongemeenschap en waar regelmatig één of meer activiteiten plaatsvinden, zoals gezamenlijk eten, koffie ochtenden, hobbyclubs.
Een woning met haar bewoners kan aan de woongemeenschap worden toegevoegd of er zich juist weer van losmaken.

Harmonica wonen

Vergelijkbaar met gestippeld wonen, behalve dat de woningen van de gemeenschap zoveel mogelijk aaneengesloten zijn.

Leefgemeenschap

Een woongemeenschap van een van bovenstaande vormen op religieuze, veelal christelijke, basis.

Enkele opmerkingen

  • Voor begeleid wonen wordt ook de term 'woongroep' gehanteerd, maar wordt binnen de gemeenschappelijkwonen beweging doorgaans niet tot 'het gemeenschappelijk wonen' gerekend, omdat er doorgaans geen sprake is van elkaar kiezen en ook niet van zelfstandigheid.
  • Alle bovenstaande termen kennen geen nauwe grenzen. Zo zijn er centraal wonen gemeenschappen die ook als woongroep gezien kunnen worden omdat een deel van de voorzieningen in woning niet per huishouden aanwezig is, maar met andere huishoudens worden gedeeld.

Zo zijn er ook woongroepen, waarbij bij de bouw of in de loop van de tijd huishoudens al meer eigen voorzieningen hebben of kregen.

  • Ook de vele criteria waarop je een woongemeenschap kunt bekijken, maken het niet mogelijk om 100% eenduidig aan te geven waar de grens van de ene eindigt en de andere begint. Denk aan:

tabellen nog toevoegen

Nico Meijerman en Peter Bakker, 2012

Uit andere bronnen

Gemeenschappelijk Wonen / Woongemeenschap

Vroeg gebruik van 'gemeenschappelijk wonen' als overkoepelende term

Tony Weggemans in 'Wonen in groepsverband'(1982:3). Verderop hanteert hij 'kollektieve woonvorm' als algemene term (blz. 47)

Tony Weggemans in 'De regels van de woongroep' (1990:28)

Tony Weggemans, na een analyse van 29 verschillende definities, schrijft dat er veelal overeenstemming blijkt te zijn over de volgende criteria:

  • Woongroepen bestaan uit minimaal drie volwassen leden.
  • Er worden in mindere of meerdere mate een aantal gemeenschappelijke voorzieningen gedeeld (kookvoorziening, sanitair, woonkamer).
  • Er is een bepaalde mate van gemeenschappelijke huishouding.
  • Men kiest vrijwillig voor deze woonvorm.
  • De leden van een woongroep zijn gehuisvest in één pand of enkele aaneengesloten panden.

Uit Communities Directory (1995:34-36)

Enige van de de definities in dit boek (hoofdstuk "Who We Are: An Exploration of What “Intentional Community” Means"):

An "intentional community" is a group of people who have chosen to live together with a common purpose, working cooperatively to create a lifestyle their reflects their shared core values. They may live together on a piece of rural land, in a suburban home, or in an urban neighborhood, they may share a single residence of live in a cluster of dwellings. (Geoph Kozeny)

... When we think of intentional communities, it seems to imply being residential ... (Lisa Paulsen)

... people who want to live in it will have to join, be accepted by those who already live there, and go by its rules and norms ... (Kat Kinkade)

An "intentional community" is a group of people living cooperatively, dedicated by intent and commitment to specific communal values and goals. Life inside each community is managed using established decision-making processes. Generally, intentional communities place value on the shared ownership or lease of common facilities - housing, land, commercial buildings - which often serves to demonstrate communal values and goals to the wider society. ... (Allen Butcher)

... a group of cooperating nonrelated humans, living by their own choice on one piece of land or one house, for reasons which go beyond mere convenience - for at least some of their members. (Matt Bojanovich)

Het volledige hoofdstuk is te lezen op https://www.ic.org/wiki/exploration-intentional-community-means/

Uit de statuten van de FGW (2004)

Onder wonen in groepsverband wordt verstaan: die woonvormen waarbij de bewoners er vrijwillig voor kiezen om op basis van gelijkwaardigheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid, en met een positieve betrokkenheid bij elkaar op een door henzelf vormgegeven wijze met elkaar te wonen. Door deze uitgangspunten levert gemeenschappelijk wonen in groepsverband een bijdrage aan het welzijn van mensen in de samenleving.

Van de FGW website (2006)

Onder gemeenschappelijk wonen wordt verstaan: die woonvormen waarbij de bewoners er vrijwillig voor kiezen om op basis van gelijkwaardigheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid, en met een positieve betrokkenheid bij elkaar op een door henzelf vormgegeven wijze met elkaar te wonen. Door deze uitgangspunten levert gemeenschappelijk wonen een bijdrage aan het welzijn van mensen in de samenleving.

Luk Jonckheere, Roland Kums en Els De Leeuw in 'Startgids voor samenhuizers' (2006)

Om van een woongemeenschap te kunnen spreken moet je bewoners hebben, afkomstig uit verschillende gezinnen, die vrijwillig in mindere of meerdere mate van betrokkenheid samenleven, met de bedoeling om minstens een sociale meerwaarde te geven aan dit samenwonen.

Samenhuizen op website (2013)

In het algemeen spreken we van een woongemeenschap als er bewoners zijn, afkomstig uit verschillende gezinnen, die vrijwillig in mindere of meerdere mate van betrokkenheid samenleven, met de bedoeling minstens een sociale meerwaarde te geven aan dit samenwonen. Wanneer “betrokkenheid” bedoeld is in het architecturaal ontwerp van het wonen en de voorzieningen, en ook in de onderlinge afspraken en activiteiten, dan zijn de voorwaarden vervuld voor een woongemeenschap, of het nu gaat om centraal wonen, cohousing, een leefgemeenschap of woongroep. In die verschillende vormen verschilt ook de mate van betrokkenheid.

Bron: Jolies Devloo in 'Cohousing in Vlaanderen' (2013)

Peter Camp in 'Wonen in de 21ste eeuw' (2017:110)

De term 'gemeenschappelijk wonen wordt in heh Nederlandse taalgebied gebruikt als overkoepelende term voor alle vormen waarbij mensen bewust kiezen voor het wonen in een woongemeenschap en waarbij bewoners elkaar bewust kiezen. Bij het delen van ruimtes kom je verschillende varianten tegen met verschillende niveaus van gemeenschappelijkheid.

Fellowship for Intentional Communities op website (ic.org) (2018)

A group of people who live together or share common facilities and who regularly associate with each other on the basis of explicit common values.

Statuten VGW (2018)

deze tekst is nog niet af, is nog in bewerking

Gemeenschappelijk wonen is een woonvorm waarbij meerdere bewoners een gedeeld gebruik maken van binnen en/of buitenruimte met een woonfunctie (dus meer dan een functionele ontsluiting of het delen van bijvoorbeeld een berging). Bewoners kiezen vrijwillig voor deze woonvorm, in de eerste plaats omwille van de onderlinge betrokkenheid (intentionele gemeenschap).

Deze woonpgemeenschappen worden democratisch beheerd (gelijke zeggenschap) door de bewoners zelf, minstens voor wat betreft het dagelijks gebruik. Bewoners kiezen hun medebewoners zelf.


Een woongemeenschap omvat drie of meer volwassen, afkomstig uit verschillende gezinnen, en geen of meerdere kinderen, die vrijwillig in mindere of meerdere mate van betrokkenheid ruimtes delen en samen wonen in eigen beheer, met de bedoeling om minstens een sociale meerwaarde te creëren.

Commune / Kommune

Jos van Ussel, geciteerd in 'Huishouden in de woongroep' (1983:122)

Een kommune is een groep van een beperkt aantal (vier tot twintig) volwassenen die, met of zonder kinderen, op basis van een vrije keuze samenwonen, een gezamenlijk huishouden hebben en een primair samenlevingsverband vormen al alternatief voor het gesloten huwelijk en gezin.

Iteke Weeda, geciteerd in 'Huishouden in de woongroep' (1983:122)

Communes zijn een relatief kleine groep mensen die gezamenlijk wonen en een aantal taken gemeenschappelijk verrichten.

Woongroep

Bert Aalbers in 'De woongroep: verbonden, maar niet gebonden' (1980:3)

Een gemeenschap van drie of meer volwassenen (al of niet met kinderen) die er bewust voor kiezen om samen te wonen in één en dezelfde woning, daarbinnen een aantal voorzieningen gemeenschappelijk gebruiken en tot op zekere hoogte een gemeenschappelijk huishouden te voeren.

Gemeente Amsterdam

Een meerpersoons huishouden is een (voorgenomen) samenlevingsverband, waarvan ten minste 3 van 18 en ouder deel uit maken, terwijl er tussen die personen geen ouder-kind relatie bstaat.

Bron: Tony Weggemans in 'Wonen in groepsverband'(1982:45)

Tony Weggemans in 'Wonen in groepsverband'(1982:47)

Wonen in groepsverband kan gedefinieerd worden als: het vormgeven aan duurzame relaties met mensen, waarmee geen gezins- of familierelatie bestaat, binnen een ruimtelijke struktuur; de basis voor deze relaties is nog ekonomische noodzaak, noch fysieke nabijheid, maar vooral sympathie; met de anderen worden aktiviteiten ondernomen die uit de gezins- of huishoudenfunkties voorvloeien.

Saskia Poldervaart in 'Huishouden in de woongroep' (1983:11)

Onder een woongroep verstaan we een groep, bestaande uit drie of meer zelfstandige personen, eventueel met kinderen, die een primair samenlevingsverband vormen als alternatief voor meer traditionele woon- en leefvormen.

Adri Bolt in 'Vriendschap, individualisering en informele hulpverlening' (1984:23)

Een woongroep is een primair groepshuishouden dat is samengesteld uit drie of meer volwassenen die - met of zonder kinderen - op basis van vrije keuze samenwonen en op zijn minst in zoverre een gemeenschappelijke huishouding voeren dat zij regelmatig samen warm eten, en die door middel van dit samenwonen pogen vriendschapsbanden te ontwikkelen of te behouden, waarbij de volwassenen afkomstig zijn uit meer dan twee ouderlijke gezinnen.

Ingeborg Seelemann e.a. in 'Handleiding groepshuisvesting' (1986:10)

De WVA (Woongroepen Vereniging Amsterdam) verstaat onder groepswonen een woonvorm waarbij een aantal volwassenen (met hun eventuele kinderen) elkaar hebben uitgekozen om op basis van gelijke rechten een aantal woonfunkties te delen.

Harrie Jansen in 'Woongroepen in Nederland' (1990:42)

Een woongroep is een zelfstandig primair huishouden met ten minste drie volwassen leden, afkomstig uit meer dan één kinder­schare.

ASW in 'Handleiding groepshuisvesting' (2005)

Woongroepen zijn er in allerlei vormen en soorten. Maar hoe groot hun verscheidenheid ook is, zij alle hebben met elkaar gemeen hebben dat de leden, volwassenen (met hun eventuele kinderen), er zelf voor gekozen hebben om een aantal woonfuncties met elkaar te delen op basis van gelijkwaardigheid. Essentieel daarbij is dat de groepsleden elkaar hebben uitgekozen en gezamenlijk afspreken hoe zij invulling willen geven aan hoe zij met elkaar willen samenwonen. Bovendien zoeken zij zelf een nieuw groepslid als er iemand vertrekt.
Een woongroep bestaat minimaal uit drie volwassenen, die onderling geen ouder-kindrelatie hebben. Naast gemeenschappelijke ruimtes, zoals woonkamer, keuken, sanitair, hobby-, logeerkamer, werkruimte(s), tuin en /of balkon, heeft elke volwassene (of elk stel) één of meer privé-ruimte(s), soms met eigen voorzieningen zoals keuken(blok), douche en/of toilet.
Woongroepen kunnen erg van elkaar verschillen, niet alleen qua vorm en samenstelling, maar ook wat gezamenlijke activiteiten betreft. Zo zijn er woongroepen van uitsluitend alleenstaanden, of woongroepen waar ouders met hun kinderen wonen; woongroepen van mensen van ongeveer dezelfde leeftijd en woongroepen waarin met juist een gedifferentieerde leeftijdsopbouw. Ook kan het per groep verschillen wat de bewoners samen doen: woongroepen met veel gezamenlijke activiteiten of woongroepen waar de privacy hoog in het vaandel staat.
Alles hangt af van de onderlinge wensen en afspraken.

Op website van Woon! (2018)

Een woongroep bestaat uit mensen die ervoor gekozen hebben met anderen samen te wonen op een manier die ze onderling hebben afgesproken. Het aantal leden van de groep varieert van 3 tot soms wel 15. De leden van de groep bepalen zelf wat zij samen willen doen en welke delen van de woonruimte zij samen gebruiken.

Er zijn grote verschillen tussen woongroepen. In sommige groepen gebruiken de leden, op hun eigen ruimte na, alle ruimtes gezamenlijk. In andere groepen heeft ieder lid een aparte wooneenheid met eigen keuken, douche en toilet. Alleen de gemeenschappelijke ruimte wordt gedeeld.

Centraal Wonen / Cohousing

Uit de statuten van de LVCW in 1971 volgens Centraal Wonen in beeld II (1988:10)

Centraal Wonen is een wijze van wonen waarbij de bewoners – tenminste drie volwassenen - elkaar hebben gekozen op basis van gelijke rechten en waarbij zij een aantal woonfunkties delen

Het stichten van woongemeenschappen met tenminste het volgende gemeen:

  • centrale voorzieningen die de bewoners zelf stichten, beheren en gebruiken;
  • verantwoordelijkheid voor de centrale voorzieningen en de algemene gang van zaken bij de gezamenlijke bewoners;
  • deelnemende personen en huishoudens behouden hun zelfstandigheid en vrijheid;
  • gelegenheid voor een verdere uitgroei van gezelligheid, ontmoeting en solidariteit;
  • zoveel mogelijk maatschappelijke groepen in de woongemeenschap vertegenwoordigd; om daarmee een bijdrage te leveren aan maatschappelijke herintegratie en te voorzien in de geschakeerde woonbehoefte van mensen.

Bron: M. Zeestraten (samensteller): Bouwfonds informatiemap Centraal Wonen, Bouwfonds Nederlandse Gemeenten (1976)

LVCW in 1978

Centraal Wonen is een wijze van wonen waarbij de bewoners - ten minste drie volwassenen - elkaar hebben gekozen op basis van gelijke rechten en waarbij zij een aantal woonfuncties delen.

Bron: Beatrice Kesler in 'Centraal Wonen in Nederland' (1991:139)

In 'Anders Wonen' (1980:2)

Zelfstandige huishoudens van gevarieerde samenstelling wonen in een kompleks met een aantal gemeenschappelijke voorzieningen, die door de bewoners zelf gesticht en beheerd worden, met als doel het scheppen van mogelijkheden voor de uitbreiding van kontakten en onderlinge hulp.

Anna Dijkhuis, 'Wonen: gezamenlijk of geïsoleerd' (1980:98)

Het algemene uitgangspunt van Centraal Wonen is het scheppen van dusdanige voorwaarden, dat optimale kontakten tussen volwassenen en kinderen, kinderen onderling en volwassenen onderling mogelijk zijn. Dit strekt zich mede uit tot die groepen in de samenleving, die juist deze kontakten dikwijls missen, zoals bejaarden, expsychiatrische patienten en - wat betreft de omgang met kinderen - al dan niet vrijwillig kinderloze volwassenen.

Uit de statuten van de herstartte LVCW (1982)

  1. De vereniging heeft ten doel de bevordering van de belangstelling voor- en de daadwerkelijke ondersteuning van de totstandkoming van woonvormen, die de volledige ontplooiing ten goede komen van allen, die daarbij betrokken zijn.
  2. Uitgangspunten bij de realisering van die woonvormen zijn
    1. De betrokkenheid van toekomstige bewoners bij de voorbereiding en de totstandkoming van deze woonvormen;
    2. De beschikking over centrale voorzieningen in gezamenlijke verantwoordelijkheid;
    3. Het voldoende ruimte laten voor verdere uitgroei van contacten en solidariteit;
    4. De zelfstandigheid van alle deelnemende eenheden;
    5. De deelnamen vanuit verschillende maatschappelijke groeperingen.

Harrie Jansen in 'Woongroepen in Nederland' (1981:128)

Dit is een woningencomplex met een groot aantal gemeenschappelijke ruimten en voorzieningen, waarbij toch elk gezin een volledig eigen privé-woning heeft. In veel gevallen beperken de gemeenschappelijk ruimten zich niet tot de huishoudelijke sfeer (keuken, wasserij) maar zijn er ook informele ontmoeting- en recreatieruimten.

Beatrice Kesler in 'Centraal Wonen in Nederland' (1991:143)

Centraal Wonen is een leef- en woonvorm (gerealiseerd of in ontwikkeling), met een groep van ten minste drie zelfstandige huishoudens, waarvan de leden van de verschillende huishoudens (overwegend) geen bloedverwanten zijn, met een gemeenschappelijke doel, zijnde tenminste de volledige ontplooiing van allen die daarbij betrokken zijn en een woonvorm (in ontwikkeling), die voldoet aan de volgende uitgangspunten:

  1. de betrokkenheid van (toekomstige) bewoners bij de voorbereiding en de totstandkoming;
  2. de beschikking van centrale voorzieningen in gezamenlijke verantwoordelijkheid;
  3. het voldoende ruimte laten voor verdere uitgroei van contacten en solidariteit;
  4. de zelfstandigheid van deelnemende eenheden;
  5. de deelname vanuit verschillende maatschappelijke groeperingen.

Dorit Fromm, Dorit in 'Collaborative Communities, cohousing, central living, and other new forms of housing with shared facilities' (1991:7-10)

In collaborative housing, each household has its own house or apartment and one share in the common facilities, which typically include a fully equipped kitchen, play areas, and meeting rooms. Residents share cooking, cleaning and gardening on a rotating basis. By working together and combining their resources, collaborative housing residents can have the advantages of a private home and the convenience of shared services and amenities.

N.B. Collaborative housing en Cohousing zijn niet 100% elkaar overlappende begrippen.

Charles Durret en Kathlyn McCamant in 'Cohousing – a contemporary approach to housing ourselves' (1994:38)

Cohousing offers the social and practical advantages of a closely knit neighborhood within the context of twentieth-century life. While it incorporates many of the qualities of traditional communities, cohousing is distinctively contemporary in its approach, based on the values of choice and tolerance.
Residents choose when and how often to participate in community activities and seek to live with a diverse group of people.

Our evaluation of cohousing focused on its ability tot create a positive and humane environment, evident in the feelings of those who live there, the experiences of those who have left, and our own observations and comparisons of the different developments.

Bron: Jolies Devloo in 'Cohousing in Vlaanderen' (2013)

Graham Meltzer in 'Sustainable Community, learning from the cohousing model' (2005:4)

Cohousing is a new form of intentional community that provides clues to the link between the social dynamics of such a group and the pro-environmental behaviors of its members.

Bron: Jolies Devloo in 'Cohousing in Vlaanderen' (2013)

Jolies Devloo in 'Cohousing in Vlaanderen' (2013)

nog invoeren (als er iets relevants is)

Van de LVCW website (in 2006)

Centraal wonen (cw) is een vorm van gemeenschappelijk wonen waarbij bewoners bewust kiezen om met elkaar te wonen en waarbij de huishoudens over een zelfstandige woning of wooneenheid beschikken en tevens gemeenschappelijke voorzieningen en ruimten met elkaar delen.
De LVCW ziet gemeenschappelijk wonen als een woonvorm waar een aantal maatschappelijke doelstellingen meer kans hebben om tot ontwikkeling te komen. Zoals: ontplooiingskansen voor ieder individu, emancipatie, bewust omgaan met het milieu, solidariteit en sociale rechtvaardigheid.

In het LVCW blad Gewoon Anders (2006)

Centraal Wonen is een woonvorm waarbij:
De bewoners elkaar vrijwillig hebben gekozen om op basis van gelijke rechten en plichten zonder leiding of zeggenschap van buitenaf met elkaar in onderlinge betrokkenheid te wonen. En niet anders dan volgens algemeen geldende regelgeving, op een door henzelf gekozen wijze invulling geven aan het uitgangspunt van respect voor de gewenste mate van zelfstandigheid van de deelnemende huishoudens.

De LVCW ziet gemeenschappelijk wonen als een woonvorm, waar een aantal maatschappelijke doelstellingen meer kans van slagen hebben. Te denken valt aan: • de ontplooiing van het individu • emancipatie en solidariteit • het bewust omgaan met het milieu • het streven naar een sociaal rechtvaardige samenleving

De LVCW wil zich inzetten voor alle woonvormen (gemeenschappelijk-/groeps-/centraal wonen), die zich in bovengenoemde definitie kunnen vinden.

Definitie geformuleerd door Anna Dijkhuis (2006)

Definitie van groepswonen, die aansluit bij de LVCW:
een groep van tenminste drie volwassenen, al of niet met kinderen, die: • met elkaar een aantal woonruimten en woonvoorzieningen gebruiken • voor langere, maar onbepaalde tijd • op basis van vrijwilligheid Daarbij komen de volgende kenmerken: • mensen kiezen zelf hun mede bewoners • beheren zelf de woning of het project. Voor de LVCW geldt bovendien: • bewoners nemen zelf het initiatief • bij grotere projecten hebben zij (meer of minder) invloed op het programma van eisen en het ontwerp.

Dick Vestbro in 'Living together, Couhousing ideas and realities around the world, Royal Institute of Technology, Stockholm' (2010:42)

Collaborative housing means housing with more space and service for communal use than are to be found in conventional housing (...) The most important goals have been to share responsibilities fairly between men and women, to promote collaboration between residents, to achieve a sense of community, and to facilitate access to shared amenities.

Bron: Jolies Devloo in 'Cohousing in Vlaanderen' (2013)

Op de website van de Cohousing Association in de VS (2018)

Cohousing is an intentional community of private homes clustered around shared space. Each attached or single family home has traditional amenities, including a private kitchen. Shared spaces typically feature a common house, which may include a large kitchen and dining area, laundry, and recreational spaces. Shared outdoor space may include parking, walkways, open space, and gardens. Neighbors also share resources like tools and lawnmowers.

Households have independent incomes and private lives, but neighbors collaboratively plan and manage community activities and shared spaces. The legal structure is typically an HOA, Condo Association, or Housing Cooperative. Community activities feature regularly-scheduled shared meals, meetings, and workdays. Neighbors gather for parties, games, movies, or other events. Cohousing makes it easy to form clubs, organize child and elder care, and carpool.

Op Wikipedia (Engels - 2018)

Cohousing communities generally share a set of common characteristics.

Cohousing communities are usually structured - in principle and often in architecture - to encourage frequent interactions and the formation of close relationships between their members. Neighbors are encouraged to cooperate within the community and to care for their neighbors. Cohousing developments are usually intentionally limited to around 20-40 homes and frequently feature large common areas for residents to interact in.

While cohousing developments are designed to encourage community, residents usually still have as much personal privacy as they want. Residents are able to choose how much they engage in order to find the right balance between their privacy and the community.

Decision making in cohousing communities is often based on forming a consensus within the community. Residents have shared space which they can all use, usually saving money; however, residents can still manage their own space to appeal to them.

Residents in cohousing communities often have values that the entire community works towards. For example, many cohousing communities adopt sustainable use of resources, often aided by the use of shared spaces.

Gemeenschappelijk wonen van ouderen

Van de LVGO website (2006)

Kenmerken van een woongroep van ouderen:

  • het gaat om een project van zelfstandige woningen met tenminste één gemeenschappelijke ruimte
  • er is sprake van deelname in een groep, die tenminste inhoudt dat er bereidheid is tot gezamenlijke activiteiten en wederzijdse hulp
  • bewoners vormen samen een vereniging waarvan de leden in gezamenlijke verantwoordelijkheid het project bewonen en zelf (mee) bepalen, wie als nieuwe bewoner wordt toegelaten

De groep zelf bepaalt welk accenten zij in het functioneren van de groep belangrijk vindt en/of welke woonwensen zij wil realiseren. Dat maakt dat elke woongroep een eigen, ander karakter heeft. Het gemeenschappelijke van alle woongroepen is dat begrippen zelfstandigheid en zelfwerkzaamheid aan saamhorigheid zijn gekoppeld. Burenhulp is in een woongroep niet iets uit vervlogen tijden.

Van de WSB website (2006)

Bij leefgemeenschappen en groepsgewijs-wonen maken bewoners de keuze om een aantal woonfuncties met elkaar te delen. De groepsleden behouden hun zelfstandigheid en hun privacy in de eigen woning maar zijn daarnaast bereid tot een zekere mate van gemeenschappelijkheid. Deze gemeenschappelijkheid uit zich in wederzijds dienstbetoon, het samen organiseren en deelnemen aan activiteiten en het beheer en gebruik van gemeenschappelijke voorzieningen, zoals een ontmoetingsruimte, een logeerkamer of een gedeelde tuin.
Sommige groepen kiezen ervoor om nadrukkelijk te functioneren als leefgemeenschap, andere zijn vooral een verzameling zelfstandige appartementen.

Leefgemeenschappen zijn er voor alle leeftijden. Sommige groepen kiezen voor uitsluitend senioren, andere kiezen juist voor jonge gezinnen met kinderen en weer andere voor heel jong tot en met heel oud. In sommige leefgemeenschappen is er een gemeenschappelijke filosofie over inspanning voor milieu, werk, kinderopvang, beleving van religie, oud worden, manier van groentekweken en tuinieren, participeren in de buurt, enz. Voor aspirant bewoners is het belangrijk te overwegen aan welke soort groep men de voorkeur geeft.

Ecodorp

Van de website van Vereniging Ecodorp (2006)

Het uiteindelijke doel van de Vereniging Ecodorp is om een grote leef-, woon- en werkgemeenschap (ecodorp) met enkele honderden bewoners in Nederland te realiseren, waarin gemeenschapszin, ecologie en spiritualiteit centraal staan.

Uitgangspunten hierbij zijn:

  • samenleven met anderen in vrijheid, verbondenheid, zorg en respect voor elkaar
  • leven in harmonie met de natuur en het natuurlijke milieu
  • geïnspireerd leven met aandacht voor bewustwording, groei en heling op alle niveaus
  • integratie van wonen, werken en recreëren
  • een mens- en milieuvriendelijke architectuur en omgeving helpen creëren
  • opgedane inspiratie, kennis en ervaringen doorgeven.

Op weg naar het uiteindelijke doel ontwikkelt en ondersteunt de vereniging ook kleinere leef-, woon- en werkgemeenschappen, alsmede ecowijken en allerlei vormen van gezamenlijke woonprojecten waarin bovenstaande visie en uitgangspunten inspiratiebron zijn.

Poging tot een definitie

zie voorbeelden van LVCW, Tony Weggemans, Harrie Jansen, Beatrice Kesler, WVA, VGW en het overleg tussen LVCW, Samenhuizen e.a.

Gemeenschappelijk wonen is een woonvorm waarbij meerdere bewoners een gedeeld gebruik maken van binnen en/of buitenruimte met een woonfunctie (dus meer dan een functionele ontsluiting of het delen van bijvoorbeeld een berging). Bewoners kiezen vrijwillig voor deze woonvorm, in de eerste plaats omwille van de onderlinge betrokkenheid (intentionele gemeenschap).

Deze woonpgemeenschappen worden democratisch beheerd (gelijke zeggenschap) door de bewoners zelf, minstens voor wat betreft het dagelijks gebruik. Bewoners kiezen hun medebewoners zelf.


Een woongemeenschap omvat drie of meer volwassen, afkomstig uit verschillende gezinnen, en geen of meerdere kinderen, die vrijwillig in mindere of meerdere mate van betrokkenheid ruimtes delen en samen wonen in eigen beheer, met de bedoeling om minstens een sociale meerwaarde te creëren.
Hier ontbreekt: democratische besluitvorming; een gemeenschap willen zijn; gedeelde verantwoordelijkheid; gelijke rechten

Opgesomd:

  • minimaal drie volwassenen
  • niet uit dezelfde kinderschaar (niet uit één gezin of familie) (waarbij de volwassenen afkomstig zijn uit meer dan twee ouderlijke gezinnen) (Een woongroep bestaat minimaal uit drie volwassenen, die onderling geen ouder-kindrelatie hebben) ((overwegend) geen bloedverwanten)
  • vrijwillige deelname
  • men kiest elkaar en samen kiest men nieuwe bewoners
  • gezamenlijk land, huis of groep huizen (bij elkaar horend, een cluster van huizen)
  • men wil een gemeenschap zijn (intentie/intentional)
  • democratisch besluitvorming
  • gedeelde verantwoordelijkheid en inzet
  • gelijke rechten
  • sympathie en onderlinge betrokkenheid
  • zelfde woonomgeving (bij elkaar)
  • een aantal woonfuncties worden gedeeld, gemeenschappelijke voorzieningen
  • gezamenlijke activiteiten


Zie ook de Nederlands-Vlaamse definitie (2012): Gemeenschappelijk wonen is een woonvorm waarbij meerdere bewoners een gedeeld gebruik maken van binnen en/of buitenruimte met een woonfunctie (dus meer dan een functionele ontsluiting of het delen van bijvoorbeeld een berging).
Zij kiezen vrijwillig voor deze woonvorm, in de eerste plaats omwille van de onderlinge betrokkenheid (intentionele gemeenschap).
Deze woonprojecten worden democratisch beheerd (gelijke zeggenschap) door de bewoners zelf, minstens voor wat betreft het dagelijks gebruik. Zij kiezen hun medebewoners zelf.
Hier ontbreekt: geen bloedverwanten; gedeelde/gezamenlijke verantwoordelijkheid; gezamenlijke inzet;

Nieuwe definitie 'gemeenschappelijk wonen'

Een woongemeenschap bestaat uit drie of meer volwassenen, al of niet met kinderen. Kenmerken zijn:

  • men bewoont een huis of een groep bij elkaar behorende woningen met gemeenschappelijke ruimtes en voorzieningen
  • men kiest er bewust voor om een woongemeenschap te zijn
  • de volwassen bewoners zijn (overwegend) geen bloedverwanten
  • deelname is vrijwillig en bewoners kiezen elkaar
  • gezamenlijke activiteiten en onderlinge betrokkenheid
  • gelijke rechten, gezamenlijke verantwoordelijkheid en gedeelde inzet
  • democratische besluitvorming

Literatuur

Aalbers, B., K. Fens, J. Hovers, K. Ruyters (1980), De woongroep: verbonden, maar niet gebonden
(ASW (2005), Handleiding groepshuisvesting)
Bolt, Adri (1984), Vriendschap, individualisering en informele hulpverlening
Camp, Peter (2009), Wonen in de 21ste eeuw
Communities Directory (1995)
Cramwinckel-Weeda, Iteke (1976), Communes en communebeweging
Dijkhuis, Anna (1980), Wonen: gezamenlijk of geïsoleerd
Durrett, Charles (Chuck), Kathryn McCamant (1994), Cohousing – a contemporary approach to housing ourselves
Jansen, Harrie (1981) Woongroepen in Nederland (artikel in IPSP?)
Jansen, Harrie (1990) Woongroepen in Nederland
Jonckheere, Luk, Roland Kums en Els De Leeuw (2006), Startgids voor samenhuizers
Fromm, Dorit (1991), Collaborative Communities, cohousing, central living, and other new forms of housing with shared facilities
Kesler, Beatrice (1991), Centraal Wonen in Nederland
Kums, Ronald (1999), Tussen individualiteit en Collectiviteit – Leven in woongroep of Centraal Wonen-project
Meltzer, Graham (2005), Sustainable Community, learning from the cohousing model
Poldervaart, Saskia, G. Blokland, K. de Bruin, G. Joukes, H. Westerhuis (1983), Huishouden in de woongroep
Rooijen, Herman van, Freerk Veldkamp (1988), Centraal Wonen in Beeld II
Seelemann, Ingeborg, Ada Bolder, Jeroen Verhulst (1986), Handleiding groepshuisvesting
Ussel, Jos van (1977), Leven in Communes
Vestbro, Dick (2010), Living together, Couhousing ideas and realities around the world, Royal Institute of Technology, Stockholm, 2010, p.15.
Weggemans, Tony (1982), Wonen in groepsverband
Weggemans, Tony (1990), De regels van de woongroep
Zeestraten, M. (samensteller): Bouwfonds informatiemap Centraal Wonen, Bouwfonds Nederlandse Gemeenten (1976)