Start: ideaal en oriëntatie

Uit Handreiking gemeenschappelijk wonen
Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding[bewerken]

Een project rond gemeenschappelijk wonen begint vaak bij één of enkele personen met een droom of ideaalbeeld over wonen in de toekomst. Maar hoe die droom te verwezenlijken? Wie samen met anderen overweegt een initiatiefgroep op te zetten, loopt al direct tegen een flink aantal vragen op:

  • waar vinden we medestanders?
  • hoe kunnen we ons het beste organiseren?
  • zijn er elders in het land soortgelijke projecten gerealiseerd?
  • welke problemen hebben zich daarbij voorgedaan?
  • wat kunnen wij zelf en waar moeten we deskundigen inschakelen?

In de startfase proberen initiatiefnemers op deze vragen een antwoord te vinden. In eerste instantie bestaat vooral behoefte aan een overzicht van mogelijkheden. De ondersteuner kan de initiatiefnemers helpen zich te oriënteren. Welke wensen hebben de groepsleden? Waar legt de groep de grens tussen gezamenlijk en privé? Welke zijn de voor- en nadelen van de verschillende alternatieven? Uitwerking van ideeën en het leggen van contacten om die te realiseren staan in deze fase centraal.

Zaken die in de startfase moeten gebeuren zijn:

  • werving van groepsleden
  • inventarisatie van woonwensen
  • stimuleren van de groepsvorming
  • opbouw van een netwerk

Werving van groepsleden in de startfase[bewerken]

Het is verstandig om in een vroeg stadium een groep te vormen en deze uit te breiden met belangstellenden. Het voordeel is, dat zoveel mogelijk deelnemers vanaf het begin betrokken zijn bij belangrijke beslissingen. En andere partijen, zoals een gemeente of architect, zijn er eerder van overtuigd dat het om een serieus initiatief gaat. De werving kan op verschillende manieren gebeuren. De ondersteuner kan daarvoor een wervingsplan opstellen.

  • Het werven van belangstellenden kan via het eigen netwerk van de deelnemers gebeuren, bijvoorbeeld via werk, school, verenigingsleven of vrijetijdsactiviteiten.
  • Een andere mogelijkheid is het plaatsen van een oproep, bijvoorbeeld in de plaatselijke krant of in het tijdschrift van een relevante organisatie.
  • Ook kan er navraag gedaan worden bij plaatselijke ouderenwerk, bij een welzijnsstichting, bij verenigingen voor groepswonen of aanbieders van diensten die inzicht hebben in de vraag.

Informatie aan aspirant-leden[bewerken]

Zodra een groep geïnteresseerden is gevonden, worden een of meerdere kennismakingsbijeenkomsten georganiseerd. Daar kunnen betrokkenen elkaar ontmoeten en voor zichzelf tot een besluit komen over al of niet deelname aan een initiatiefgroep. In overleg met de initiatiefnemers zorgt de ondersteuner dat de plannen op deze bijeenkomsten worden gepresenteerd. Door deze persoonlijke ontmoetingen en discussies over de plannen leert men elkaar beter kennen en krijgt het ideaal steeds vastere vormen. Het wordt langzaam duidelijk of men idealen deelt.

Gemeenschappelijk wonen kan de betrokkenen verschillende voordelen opleveren. In de meeste gevallen gaat het om een combinatie van gunstige gevolgen:

  • zelfstandigheid: men is langer in staat om de regie over het eigen leven te voeren
  • zorg: samen diensten en begeleiding inhuren
  • geborgenheid: groepsleden voelen zich veiliger met gelijkgestemden om zich heen
  • steun: zowel van praktische als emotionele aard;steun die men aan elkaar kan hebben
  • activiteiten: samen eten, koffie drinken, culturele en andere avonden, uitstapjes maken, hobby's
  • contact: gezelligheid en aanspraak

Onder gelijken

Ook voor mensen van andere herkomst biedt gemeenschappelijk wonen iets extra's vanwege de mogelijkheid oud te worden samen met lotgenoten. De voorzitter van Bersama Senang, een woongroep voor Indische mensen in Zoetermeer, verwoordt het aldus: "De gemeenschappelijke ervaring van Indische Nederlanders vind ik heel belangrijk. Bij andere woongroepen voelde ik me niet thuis. Het was er best gezellig, maar hier samen met Indische Nederlanders heb je contact, de gelijkgestemdheid, het samen zijn. Je voelt elkaar aan. Vaak heb je ook gemeenschappelijke kennissen. Voor mij is dat een belangrijke reden om mee te doen aan dit project."

Inventarisatie woonwensen[bewerken]

Na de kennismaking maakt de intitiefgroep een overzicht van de woonwensen. Het is handig om daarbij een checklist te gebruiken van onderwerpen die aan de orde moeten komen.

  1. locatie: stedelijk, landelijk of tussenvormen (bereikbaarheid van voorzieningen); welke gemeente, welke wijk
  2. omvang: hoeveel wooneenheden: groot (50), middelgroot (20-25), klein (10 of minder)
  3. bouwplan: nieuwbouw, al of niet binnen een groter project, verbouw
  4. financieel-economisch: koop of huur of een mengvorm; sociale of vrije sector; huurprijs; budgettering van dienstenniveau
  5. vorm: één gebouw, bijeengelegen groep woningen, verspreid wonen over een buurt of straat (zg. "gestippeld" wonen)
  6. inrichting: hoe groot wordt de woning; aspect privé versus gemeenschappelijk: groepsruimten, clusterruimten, alleen projectruimten
  7. sociale opbouw: is er sprake van gemeenschappelijke karakteristieken, lichamelijk, intellectueel, qua herkomst, qua sexe, qua overtuiging, leeftijd
  8. woonstijl: in beperkte of juist in ruime mate plannen voor gezamenlijke activiteiten
  9. bijzondere voorzieningen: wensen ten aanzien van begeleiding, service en/of zorg
  10. individueel: wat wordt van groepsleden verwacht ten aanzien van betrokkenheid bij de andere leden en de gezamenlijke projecten

Woonwensen zijn per definitie individueel. Door deze in de groep te bespreken krijgen de leden een beeld van elkaars wensen. Op basis daarvan kan eenieder tot een gedegen beslissing komen om al of niet deel te nemen aan de groep. Degenen die doorgaan vormen vervolgens een initiatiefgroep die als projecttrekker fungeert. Zij maken vervolgens afspraken over werkwijze en taken. Te denken valt aan frequentie van vergaderingen en over verdeling van taken zoals overleg met de gemeente, secretariaat en publiciteit.

Voorbeeld: woonwensen van ouderen

In een brochure van de Vereniging van Groepswonen door Ouderen in Den Haag (maart 2002) worden in het kort de wensen beschreven van ouderen ten aanzien van de woningen en de locatie.

  • de woningen liggen op loopafstand van winkels en het openbaar vervoer
  • er is wandelgelegenheid in de buurt;
  • vanuit de woningen zijn zorgcentra goed bereikbaar;
  • elke woning beschikt tenminste over een woonkamer, een slaapkamer,een keuken en een badkamer;
  • bij voorkeur komen de voordeuren uit op een gemeenschappelijke hal of gang, zodat de bewoners gemakkelijk contact met elkaar kunnen maken;
  • nieuwe woningen worden gebouwd volgens de methode van levensbestendig wonen, d.w.z.dat ze ook geschikt blijven wanneer een van de bewoners minder valide wordt;
  • de gemeenschappelijke ruimte (huiskamer) van de woongemeenschap is voorzien van een keukenblok, zodat ook het houden van gezamenlijke maaltijden tot de mogelijkheden behoort.

Stimulering van de groepsvorming[bewerken]

Behalve voordelen zitten er aan gemeenschappelijk wonen ook enkele kanten, die sociale vaardigheden vergen als "oplossend vermogen", alsmede het vermogen die vaardigheden over te dragen en te ontwikkelen. Groepsleden dienen bijvoorbeeld rekening te houden met de mening en het gedrag van anderen in de groep. Ook kunnen er problemen ontstaan bij het beheer en onderhoud van de gemeenschappelijke voorzieningen. Niet iedereen is daarom geschikt voor het leven in een groep. Men moet tijd, zin en energie hebben om te investeren in de groep.

Ter ondersteuning van het proces van groepsvorming kan de ondersteuner gedurende het proces de verschillende leden attent maken op hun gedrag. Het is belangrijk dat de hele groep bij de ontwikkelingen betrokken blijft. Dit houdt onder meer in dat alle leden bijdragen aan de meningsvorming en dat uitvoerende verantwoordelijkheden zoveel mogelijk, naar vermogen, onder elkaar verdeeld worden.

Tips voor bevordering van het groepsproces[bewerken]

  • Zorg dat niet alle aandacht uitgaat naar bouwtechnische zaken; ook het groepsgebeuren is belangrijk
  • wees attent op sluimerende conflicten in de groep en breng die ter tafel;
  • betrek alle leden bij de besluitvorming en waar mogelijk bij de uitvoering van taken;
  • voorkom dat de voortrekkers te ver voor de groep uitlopen.

Leermateriaal 'gemeenschappelijk wonen'

Initiatiefgroepen kunnen zich op uiteenlopende manieren voorbereiden op gemeenschappelijk wonen. De LVCW biedt aspirant-leden een cursus aan onder de naam "Luchtkastelen". De LVGO geeft zogenaamde "Informatiemappen" uit die allerlei aspecten van groepswonen belichten. De Stichting Timon geeft vanuit een christelijke levensvisie opvang en begeleiding in de vorm van woongroepen aan jongeren die in problemen zijn geraakt en zich willen rehabiliteren.

Netwerk opbouwen[bewerken]

Om twee redenen moet een initiatiefgroep snel een netwerk zien op te bouwen. De ondersteuner kan daaraan een belangrijke bijdrage leveren.

  • in de eerste fase is het van belang om eigen wensen en idealen te toetsen aan bestaande projecten, bij voorbeeld door excursies naar andere groepen om te zien hoe die bepaalde zaken hebben geregeld;
  • voor het realiseren van hun ideaal zijn de initiatiefnemers van verschillende instanties afhankelijk; het is dus nodig contacten te leggen met gemeente, zorgaanbieder en woningcorporatie.

In de publicatie 'De kunst van het ondersteunen' wordt geconcludeerd dat de meeste instanties nog niet zo bekend zijn met deze initiatieven. Dat werkt vertragend op de besluitvorming. Initiatieven rond gemeenschappelijk wonen vallen niet binnen bestaande kaders.

De ondersteuner kan de initiatiefnemers helpen om via relaties en op andere manieren deuren te openen en aandacht te krijgen voor de ideeën. Een goed informeel netwerk is daarbij van groot belang. Ook kan de ondersteuner inzicht geven in hoe instanties werken en wat hun bevoegdheden zijn. Het is belangrijk te begrijpen waar het belang ligt van een woningcorporatie of een gemeente, want daarop kan de initiatiefgroep inspelen.

Voorbeeld: relaties als levensader

Palet is een groep van een aantal mensen met een lichamelijke handicap in Papendrecht. Het initiatief dateert van 1996. In de loop der jaren hebben de initiatiefnemers de ontwikkeling van een draagvlak tot kunst verheven:

  • om steun te krijgen voor de plannen ging er al snel een telefoontje naar de verantwoordelijke wethouder; die werd aldus in een vroeg stadium bij het initiatief betrokken;
  • ter ondersteuning van het initiatief werd een stichting opgericht; voor het bestuur ging men op zoek naar mensen die met hun deskundigheid en netwerk van nut konden zijn; voorzitter was bijvoorbeeld de oud-directeur van een plaatselijke woningcorporatie; mede dankzij diens contacten verliep de samenwerking met deze corporatie goed;
  • een grote bank stelde een sponsorbedrag ter beschikking voor de kosten die gemaakt werden in de voorbereiding;
  • met zorgaanbieder Syndion viel te regelen dat de beschikbare individuele persoonsgebonden budgetten voor de zorg bij elkaar opgeteld werden om daarmee een integrale zorginzet te verkrijgen, dat resulteerde in een groeps- zorgcontract. In ruil daarvoor heeft Syndion een cursus zelfstandig wonen aangeboden;
  • de cursusleider kon Palet op haar beurt weer helpen bij het vinden van andere bewoners.

Aard van de eventuele ondersteuning[bewerken]

De taken van een ondersteuner in deze eerste fase zijn:

  • De wegwijsfunctie. De groep wil weten hoe realistisch de ideeën zijn, welke problemen er zijn te verwachten en of er alternatieven bestaan. De ondersteuner geeft informatie en helpt door de groep in contact te brengen met vergelijkbare initiatieven.
  • Procesbegeleiding. Hulp bij het opstellen van een wervingsplan. Bij groepsbijeenkomsten kan de ondersteuner als gespreksleider optreden. Verder kan hij een structurerende rol spelen bij het opstellen van het woonwensenplan bijvoorbeeld met de hierboven genoemde checklist.
  • Intermediair. Zodra er bij initiatiefnemers een beeld van de plannen bestaat, kan de ondersteuner de weg wijzen naar de buitenwereld door te helpen bij het leggen van contacten.

Een belangrijke variant is, dat een initiatiefgroep in eigen gelederen over bij voorbeeld juridische, financiële of bouwtechnische vaardigheden beschikt. Voor die disciplines die niet in de groep zijn vertegenwoordigd kan dan aparte hulp van buiten worden ingeroepen.

SCHEMA: overzicht van taken waarmee een initiatiefgroep in de startfase wordt geconfronteerd en vormen van eventuele ondersteuning

Onderwerp Oriëntatie
Vragen: Hoe te beginnen, valkuilen, ervaringen derden?
Ondersteuning: (wegwijsfunctie) Verwijzen naar websites

Organiseren van bezoeken Helpen zoeken naar deskundigen

Onderwerp Werving
Vragen: Medestanders?
Ondersteuning: (Wegwijsfunctie) Mond-op-mond reclame

Navraag bij welzijnsinstelling, zorgkantoor en verenigingen

(Procesfunctie) Opstellen wervingsplan
Onderwerp Woonwensenplan
Vragen: Welke wensen? Welke visie?
Ondersteuning: (Wegwijsfunctie) Aandragen van ervaringen van derden
Onderwerp Groepsvorming
Vragen: Hoe tot een geschikte groep te komen?

Hoe medezeggenschap en betrokkenheid organiseren en stimuleren?

Ondersteuning: Inventariseren cursusaanbod
(Wegwijsfunctie) Organiseren van ontmoetingen
(Procesfunctie) Bemiddelen bij conflicten

Verdelen van taken

Onderwerp Draagvlak
Vragen: Hoe vinden we medestanders?
Ondersteuning: Leggen van contacten
(Intermediair) Inzicht bieden in andermans belang